Overdag lijkt je tuin misschien rustig, maar zodra het donker wordt, komt er een compleet andere wereld tot leven. Terwijl jij slaapt, kunnen egels tussen de planten scharrelen, muizen langs de schutting rennen en met een beetje geluk loopt er zelfs een vos of steenmarter voorbij.
Het leuke is dat je vaak helemaal niet weet welke dieren jouw tuin bezoeken. Met een wildcamera in de tuin kun je deze verborgen bezoekers automatisch vastleggen, zonder dat je zelf midden in de nacht buiten hoeft te zitten.
Maar welke dieren kun je eigenlijk verwachten? En waar kun je een wildcamera het beste neerzetten om ze vast te leggen?
Waarom zijn er ’s nachts zoveel dieren actief?
Veel zoogdieren zijn vooral actief wanneer het rustig en donker is. Hierdoor vallen ze overdag nauwelijks op, terwijl ze ’s nachts soms regelmatig door woonwijken en tuinen trekken.
Egels zijn bijvoorbeeld echte schemer- en nachtdieren. Ook vossen zijn voornamelijk tijdens de schemering en nacht actief.
Een tuin kan bovendien interessant zijn omdat dieren er voedsel, water en beschutting vinden. Denk aan struiken, bladeren, een vijver, compost, gevallen fruit of kleine doorgangen onder een schutting.
Met een wildcamera kom je erachter wat er gebeurt zodra de tuin voor jouw gevoel eigenlijk al “leeg” is.
1. Egels
De egel is waarschijnlijk een van de leukste dieren om met een wildcamera in de tuin vast te leggen.
Egels worden meestal vanaf de schemering actief en gaan dan op zoek naar voedsel. Ze leven regelmatig in bebouwde gebieden en kunnen tijdens hun nachtelijke zoektocht behoorlijke afstanden afleggen.
De kans op egels is groter wanneer je tuin toegankelijk is. Een volledig afgesloten schutting maakt het voor een egel natuurlijk moeilijk om binnen te komen. Een kleine doorgang onder de schutting kan al verschil maken.
Goede plekken voor je wildcamera:
- langs een heg of schutting;
- bij een doorgang naar een andere tuin;
- bij dichte begroeiing;
- rondom een egelhuisje;
- langs een route waar je eerder uitwerpselen of sporen hebt gevonden.
Hang of plaats de camera voor egels relatief laag bij de grond. Zo krijg je veel mooiere beelden dan wanneer je vanuit een hoge hoek naar beneden filmt.
Heb je regelmatig egels in de tuin? Lees dan ook onze blog over een egelhuisje in de tuin.
2. Steenmarters
Hoor je ’s nachts weleens geritsel of gestommel rond je huis, schuur of tuin? Dan zou er een steenmarter in de buurt kunnen zijn.
Steenmarters zijn voornamelijk ’s nachts actief en kunnen tijdens één nacht flinke afstanden afleggen. Daardoor hoeft een steenmarter die je één keer op camera ziet niet direct in jouw tuin te wonen. Je tuin kan simpelweg onderdeel zijn van zijn route.
Ze bewegen graag langs plekken waar ze enige dekking hebben.
Een goede positie voor de wildcamera is daarom bijvoorbeeld:
- langs een schutting;
- naast een schuur;
- bij een opening onder een hek;
- langs struiken of heggen;
- op een smalle doorgang tussen twee delen van de tuin.
Het is vooral interessant om de camera meerdere nachten op dezelfde positie te laten staan. Zo ontdek je of het dier regelmatig dezelfde route gebruikt.
3. Vossen
Een vos in je achtertuin klinkt misschien uitzonderlijk, maar vossen leven niet alleen diep in het bos. Ze kunnen ook voorkomen rondom dorpen en steden.
Vossen zijn vooral in de schemering en ’s nachts actief. Juist daardoor kun je jarenlang vossen in de omgeving hebben zonder ze zelf vaak te zien.
Met een wildcamera heb je aanzienlijk meer kans om zo’n nachtelijk bezoek vast te leggen.
Vooral tuinen aan de rand van een woonwijk, vlak bij groenstroken, weilanden, parken of andere natuurgebieden kunnen interessant zijn.
Wil je een vos vastleggen? Richt de wildcamera dan bij voorkeur langs een logische looproute in plaats van midden op een open grasveld.
Heb je eenmaal een vos gespot? In onze blog alles over vossen lees je meer over hun leefwijze en gedrag.
4. Muizen en ratten
Niet iedere bezoeker is zo groot als een vos of marter.
Ook muizen en ratten kunnen ’s nachts actief door je tuin lopen. Omdat ze klein en snel zijn, vallen ze zonder camera gemakkelijk volledig buiten beeld.
Een wildcamera kan zelfs handig zijn wanneer je vermoedt dat er ergens knaagdieren zitten. Je kunt de camera bijvoorbeeld richten op:
- de ruimte onder een schuur;
- een composthoop;
- langs een schutting;
- rondom opgeslagen tuinmateriaal;
- een plek waar je uitwerpselen of andere sporen ziet.
Plaats de camera voor kleine dieren laag en niet te ver van de verwachte looproute. Hoe verder een klein dier van de camera af loopt, hoe minder goed het uiteindelijk op de opname zichtbaar zal zijn.
5. Katten
Niet iedere nachtelijke bezoeker is wild.
Wie een wildcamera een paar nachten in een gemiddelde woonwijk laat staan, heeft een goede kans om ook katten uit de buurt vast te leggen.
En dat kan verrassend interessant zijn.
Misschien zie je ineens welke kat regelmatig door je tuin loopt, waarom er ’s ochtends iets omver ligt of welk dier iedere nacht hetzelfde paadje gebruikt.
Juist wanneer je niet precies weet wat er ’s nachts door de tuin loopt, is een wildcamera handig. Je hoeft vooraf namelijk helemaal niet te weten naar welk dier je zoekt.
6. Bunzingen en andere onverwachte bezoekers
Woon je wat landelijker, aan de rand van een dorp of dicht bij weilanden en natuur? Dan worden de mogelijkheden nog interessanter.
Zo is de bunzing vooral ’s nachts actief en komt hij onder andere voor rondom houtwallen, struiken, sloten, dorpen en boerderijen.
Afhankelijk van waar je woont, kun je daarnaast andere onverwachte dieren tegenkomen.
Dat is misschien wel het leukste aan een wildcamera: je weet nooit helemaal zeker wat er de volgende ochtend op je SD-kaart staat.
Waar plaats je een wildcamera in de tuin?
De locatie van je camera heeft uiteindelijk meer invloed op je resultaten dan simpelweg hopen dat er toevallig een dier voorbijloopt.
Zoek daarom naar plekken waar dieren zich waarschijnlijk verplaatsen.
Kijk naar natuurlijke looproutes
Dieren kiezen vaak de gemakkelijkste of veiligste route door een tuin. Kijk bijvoorbeeld naar:
- openingen onder de schutting;
- smalle doorgangen tussen struiken;
- heggen;
- de rand van een gazon;
- paadjes door begroeiing;
- plekken rondom water.
Heb je al pootafdrukken, uitwerpselen of omgewoelde bladeren gezien? Dan is dat natuurlijk een extra aanwijzing.
Hang de camera niet te hoog
Voor een gemiddelde tuin is ongeveer 40 tot 60 centimeter boven de grond een goed uitgangspunt wanneer je verschillende soorten dieren wilt vastleggen. Voor kleine dieren zoals egels kun je de camera nog lager positioneren.
Rotwan adviseert bij een algemene opstelling eveneens ongeveer kniehoogte wanneer je zowel kleinere als grotere dieren wilt kunnen vastleggen.
Wil je hier uitgebreider mee aan de slag? Bekijk dan onze complete handleiding voor het installeren van een wildcamera.
Zo voorkom je tientallen lege opnames
Niets is zo vervelend als enthousiast je beelden bekijken en ontdekken dat je wildcamera honderd opnames van een bewegende tak heeft gemaakt.
Let daarom goed op wat zich direct voor de camera bevindt.
Probeer te voorkomen dat er vlak voor de bewegingssensor:
- lange grassprieten staan;
- losse takken hangen;
- grote bladeren bewegen;
- andere objecten voortdurend door de wind heen en weer bewegen.
Krijg je toch erg veel lege opnames? Verlaag dan eventueel de gevoeligheid van de bewegingssensor en test opnieuw. Ook sterke veranderingen in licht en schaduw kunnen ongewenste triggers veroorzaken.
Hoe krijg je de beste nachtbeelden?
Vrijwel iedere moderne wildcamera is gemaakt om ook in volledige duisternis opnames te kunnen maken. Daarvoor wordt infraroodverlichting gebruikt.
Voor een goede opname is de positionering minstens zo belangrijk.
Zorg ervoor dat:
- het dier niet te ver van de camera loopt;
- de camera ongeveer op de hoogte van het dier is gericht;
- er geen takken direct voor de lens zitten;
- de bewegingssensor vrij zicht heeft;
- je de camera eerst zelf even test voordat je hem een paar nachten laat staan.
Wil je hier verder mee experimenteren? Bekijk onze 10 tips voor betere nachtbeelden met een wildcamera.
Moet je dieren lokken naar je wildcamera?
Het is verleidelijk om voer pal voor de wildcamera neer te leggen. Je krijgt dan misschien sneller een dier in beeld, maar voor het observeren van natuurlijk gedrag is dit lang niet altijd de beste methode.
Veel leuker is het om eerst te ontdekken welke routes de dieren uit zichzelf gebruiken.
Zoek naar natuurlijke aantrekkingspunten zoals begroeiing, doorgangen en water. Daarmee krijg je een veel beter beeld van wat dieren daadwerkelijk in jouw tuin doen.
Bovendien voorkom je dat dieren afhankelijk worden van voer of dat je onbedoeld andere dieren aantrekt dan je eigenlijk wilde observeren.
Hoe lang moet je een wildcamera laten staan?
Heb je na één nacht niets gezien? Verplaats de camera dan niet direct.
Laat hem bij voorkeur meerdere nachten op dezelfde plek staan.
Dieren komen namelijk niet noodzakelijk iedere nacht langs. Een egel kan vandaag door jouw tuin lopen en de volgende dagen een compleet andere route nemen.
Na enkele nachten krijg je een veel beter beeld van de activiteit op die plek.
Geen succes?
Verplaats de camera dan naar een andere natuurlijke doorgang en probeer het opnieuw. Juist het zoeken naar de beste plek is onderdeel van de hobby.
Welke wildcamera is geschikt voor in de tuin?
Voor gebruik rondom huis heb je meestal geen ingewikkelde installatie nodig.
Een gewone wildcamera slaat de beelden op een SD-kaart op. Dat is een goede keuze wanneer je het niet erg vindt om de beelden af en toe handmatig van de camera te halen.
Wil je gemakkelijker beelden bekijken? Dan kan een wildcamera met WiFi interessant zijn. Bij het WiFi-model van Rotwan maakt de camera een eigen WiFi-verbinding waarmee je in de buurt via de app verbinding kunt maken. Er is dus geen WiFi-netwerk in de tuin nodig.
Wil je de camera verder van huis plaatsen en beelden op afstand ontvangen? Dan is een 4G-wildcamera geschikter. Deze verstuurt beelden via het mobiele netwerk naar je telefoon.
Twijfel je tussen deze mogelijkheden? Lees dan onze uitleg over het verschil tussen een WiFi- en 4G-wildcamera.
Ontdek wat er vannacht door jouw tuin loopt
Een tuin die overdag rustig lijkt, kan ’s nachts ineens een verrassend drukke plek blijken te zijn.
Van egels en muizen tot steenmarters en misschien zelfs een vos: veel dieren bewegen zich juist door onze omgeving wanneer wij ze niet zien.
Met een wildcamera krijg je een kijkje in die verborgen wereld.
En het leukste?
Je weet nooit wat je de volgende ochtend terugziet.
Benieuwd welke camera het beste bij jouw tuin past? Bekijk alle Rotwan wildcamera’s en kies het model dat bij jouw situatie past.
Veelgestelde vragen over een wildcamera in de tuin
Welke dieren lopen ’s nachts door mijn tuin?
Dat verschilt sterk per locatie. Egels, muizen, ratten en katten behoren tot mogelijke bezoekers in woonwijken. Afhankelijk van de omgeving kun je ook dieren zoals steenmarters, vossen of bunzingen tegenkomen.
Waar kan ik een wildcamera het beste plaatsen?
Plaats de camera langs een natuurlijke looproute, bijvoorbeeld bij een opening onder de schutting, langs een heg of bij een smalle doorgang tussen planten. Richt hem niet zomaar op een groot open gedeelte van de tuin.
Hoe hoog moet een wildcamera hangen?
Wil je verschillende dieren vastleggen, dan is ongeveer 40 tot 60 centimeter een goed uitgangspunt. Voor egels, muizen en andere kleine dieren kun je de camera lager plaatsen.
Werkt een wildcamera ook in volledige duisternis?
Ja. Wildcamera’s gebruiken infraroodverlichting om ook ’s nachts beelden te maken. Daardoor hoef je geen gewone buitenverlichting aan te zetten.
Heb ik WiFi nodig voor een wildcamera in de tuin?
Nee. Een gewone wildcamera slaat de beelden op een SD-kaart op. Het WiFi-model van Rotwan maakt bovendien zelf een WiFi-signaal voor de verbinding met je smartphone; daarvoor is geen verbinding met je thuisnetwerk nodig. Voor beelden die vanaf grotere afstand naar je telefoon worden verstuurd, kun je een 4G-model gebruiken.






